'k Moet een nieuwe naam gaan verzinnen voor m'n Vogeldagboek, want steeds meer betreed ik andere natuurpaden. Vrijdagmiddag, de oren uiteraard wel gespitst op vogelgeluiden, onder begeleiding van de schelle kreten van bedelende sperwerjongen en de zachte, rusteloze roepjes van staartmezen, met Kees Dijkstra het brede zandpad tussen het fietspad en de Meeslouwerspad op vlinders en libellen onderzocht. Het is een warme plek, omgeven door bomen, riet, ruige vegetatie en uiteraard bloemen, zoals de avondkoekoeksbloem.
Paardenbijters (boven) (Aeshna mixta - Migrant Hawker; above) zijn in deze tijd veelvuldig te zien, de gewone oeverlibel (Orthetrum cancellatum - Black-tailed Skimmer) is een zeer veel voorkomende libel.
Wandelend vanaf de parkeerplaats naar het pad zweefden tal van blauwe waterjuffers boven het plasje, in elk geval konden we de roodoogjuffers duidelijk herkennen. Bij het pad zaten witjes, atalanta's, twee zwartsprietdikkopjes, een gehakkelde aurelia, argusvlinders, nog wat nachtvlinders en veel soorten vliegen. Het is bijna ondoenlijk om je, al is het maar over een afstand van enkele tientallen meters, met al deze natuurverschijnselen bezig te houden.
|
|
Ook dit zwartsprietdikkopje (Thymelicus lineola - Essex Skipper) is niet zeldzaam, evenmin als het leverkruid waarop hij (in dit geval is het een zij) voedsel zoekt.
Avondskoekoeksbloem (Melandrium album - White Campion), is niet zeldzaam maar zie je toch veel minder dan z'n paarse soortgenoten.
De gehakkelde aurelia (Polygonia c-album - Comma) met z'n hoekig ingesneden vleugels. Op de onderzijde van de achtervleugels is een een witte c gebrandmerkt.
|